Bloemenzee voor verfoeide pitrus

Hoe een veld vol met de verfoeide pitrus een bloemenzee kan worden, met het geel van ratelaar en het paars van orchidee.

Hij noemt het ‘pitrustherapie’.
Nico Minnema van het bureau Successie Natuurzaken is de strijd tegen de pitrus aangegaan.
Een zaak van lange adem, maar de resultaten zijn verbluffend.
Het is een groot probleem in het natuurbeheer, vooral in laagveengebieden.
Verzuring, stagnerend water en extensief beheer zorgen voor botanische armoe.
Het veld staat vol grote pollen pitrus, tot afgrijzen van zowel natuurliefhebbers als de beheerders.
,,Yn en om Earnewâld stiet it der net foar 100 persint mei fol, mar foar 200 persint’’, schetst Minnema het probleem met gevoel voor dramatiek.
Jaren geleden bood zijn toenmalige buurman, Jelle Kobus, hem de gelegenheid op een paar extensief onderhouden kaveltjes te gaan experimenteren.
Ook hier stond het vol pitrus. 
Nadat Kobus overleed, kocht Minnema van de nabestaanden vier perceeltjes.
Hij bracht er flinke greppels in terug, maaide steeds opnieuw de
pitrus af, schaarde pony’s en geiten
in om te helpen de nieuwe
aanwas van het ongewenste gewas
kort te houden en paste bemesting
toe met ‘rûge dong’, vaste
strorijke stalmest. Hij kreeg het
bovendien voor elkaar dat het
waterschap in zijn gebied een
hoog waterpeil handhaafde.
Langzaam maar zeker won hij
de strijd van de pitrus en kon hij
het beheer wat afbouwen: ,,It is
no noch in saak fan wat byhâlde.’’
Ondertussen geven heel andere
planten de perceeltjes een
kleurrijk aanzicht. Het staat er vol
met uitbundig geel bloeiende ratelaar.
In de greppels staan de waterlelies
bijna in bloei en gedijen
blaasjeskruid en waterviolier.
In het veld gooide hij wat uitgebloeide
exemplaren van de gevlekte
rietorchis neer.
Hij heeft ze onlangs geteld: op
een hoekje van 75 vierkante meter
bloeien nu 112 orchideeën, te
midden van ratelaar, scherpe boterbloem,
koekoeksbloem, wederik
en verschillende soorten
zegge.
De therapie heeft dus geholpen.
De pitrus is verslagen. Het
geheim? Minnema: ,,Rjochtsje dy
earst allinnich op it ferbetterjen
fan it gerslân. De botanyske wearden
komme letter fansels.’’
Het mooie is, volgens Minnema,
dat de methode veel grootschaliger
is toe te passen. Staatsbosbeheer
en It Fryske Gea kunnen
er zo mee aan de slag, zonder
dat het de organisaties zelf veel
tijd en energie hoef te kosten.
De meeste van de terreinen
zijn verpacht aan boeren die er
maaien en vee laten weiden. Geef
deze pachters de ruimte om intensiever
met het land aan de
gang te gaan door vaker te maaien
en hun vee de pitrus verder
kort te laten houden, is het avies.
Het mes snijdt dan aan twee
kanten. Minnema: ,,De boeren
krije lân dêr’t se mear mei kinne
en de natoerkwaliteit giet omheech.’’
Niet alleen planten profiteren,
maar ook de weidevogels,
die liever een bloemrijke weide
dan een pitrusveld als leefgebied
hebben.
Staatsbosbeheer past de methode
inmiddels in enkele gebieden
in Friesland toe.